Zwangerschap- en bevallingsverlof
In totaal minimaal zestien weken verlof. Het zwangerschapsverlof start vier tot zes weken vóór de dag na de uitgerekende datum. Na de bevalling bestaat altijd recht op minimaal tien weken bevallingsverlof. Niet-opgenomen zwangerschapsverlof wordt aan het bevallingsverlof toegevoegd.
De werknemer vraagt het verlof uiterlijk drie weken vóór de ingangsdatum aan bij de werkgever. De werkgever vraagt de zwangerschaps- en bevallingsuitkering aan bij UWV.
Geboorteverlof
Ook wel bekend als partnerverlof. Het geboorteverlof is bedoeld voor de partner van de moeder, zoals de echtgenoot, geregistreerd partner, samenwonende partner of degene die het kind erkent.
Het reguliere geboorteverlof bedraagt eenmaal de arbeidsduur per week. Daarnaast bestaat recht op maximaal vijf maal de arbeidsduur per week aan aanvullend geboorteverlof.
Geboorteverlof
Geboorteverlof dient opgenomen te worden binnen vier weken na de geboorte van het kind. Dit verlof van één werkweek is met behoud van volledig loon.
Aanvullend geboorteverlof
Op voorwaarde dat de werknemer het volledige reguliere geboorteverlof van één werkweek heeft opgenomen kan deze gebruik maken van het aanvullend geboorteverlof. Dit aanvullend geboorteverlof bedraagt vijf weken en dient te worden opgenomen binnen zes maanden na de geboorte van het kind.
UWV betaalt de uitkering meestal aan de werkgever, die deze aan de werknemer doorbetaalt. UWV kan de uitkering ook rechtstreeks aan de werknemer betalen. De uitkering bedraagt 70% van het vastgestelde dagloon gemaximeerd op 70% van het maximum dagloon. Dit maximum dagloon wijzigt telkens op 1 januari en 1 juli van enig jaar. Een werkgever mag ervoor kiezen om aan te vullen zodat de werknemer feitelijk volledig wordt doorbetaald.
De werkgever vraagt de uitkering na de geboorte aan bij UWV, voor het totale aantal weken aanvullend geboorteverlof dat de werknemer wil opnemen.
Niet-opgenomen aanvullend geboorteverlof kan, binnen de geldende termijn van zes maanden, worden meegenomen naar een nieuwe werkgever. De werknemer kan bij het einde van de arbeidsovereenkomst een verklaring van het resterende verlofrecht vragen.
Ouderschapsverlof
Ouderschapsverlof kent een recht van zesentwintig weken tot de achtste verjaardag van het kind.
Sinds augustus 2022 bestaat binnen het ouderschapsverlof een betaald deel. Van de zesentwintig werkweken kunnen maximaal negen werkweken betaald worden opgenomen, mits deze binnen het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen.
Betaald ouderschapsverlof
De negen weken betaald ouderschapsverlof moeten binnen het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. Niet-opgenomen betaalde weken kunnen daarna nog als onbetaald ouderschapsverlof worden opgenomen, tot de achtste verjaardag van het kind. In het geval van een adoptie of pleegkind geldt de termijn van één jaar vanaf de datum waarop het kind in het gezin is opgenomen, maar wel maximaal tot de achtste verjaardag van het kind.
UWV betaalt de uitkering meestal aan de werkgever, die deze aan de werknemer doorbetaalt. UWV kan de uitkering ook rechtstreeks aan de werknemer betalen. De werkgever kan het loon vrijwillig aanvullen. De uitkering bedraagt 70% van het vastgestelde dagloon gemaximeerd op 70% van het maximum dagloon. Dit maximum dagloon wijzigt telkens op 1 januari en 1 juli van enig jaar.
Werknemer meldt het voornemen tot opname van betaald ouderschapsverlof twee maanden voor ingang schriftelijk aan werkgever onder opgave van de periode en het aantal uren verlof per week.
Aanvragen van de uitkering gaat via de werkgever middels een daarvoor bestemd formulier dat beschikbaar is via de website van het UWV. De uitkering wordt aangevraagd voor een aantal uren dat overeenkomt met hele werkweken. Het verlof zelf mag flexibel over uren of dagen worden verdeeld. De aanvraag wordt ingediend tussen de eerste dag van het verlof en drie maanden nadat het kind één jaar is geworden. In het geval van adoptie of pleegkind één jaar en drie maanden na de datum waarop het kind in het gezin is opgenomen.
De betaling van de uitkering heeft altijd betrekking op verlof dat op het moment van de aanvraag reeds opgenomen is. Een werkgever kan in totaal drie keer een aanvraag tot betaling doen. Telkens wordt dus achteraf aangevraagd.
Onbetaald ouderschapsverlof
Het totale recht op ouderschapsverlof bedraagt zesentwintig keer de arbeidsduur per week, per kind. Als maximaal negen weken betaald ouderschapsverlof zijn opgenomen, resteert maximaal zeventien weken onbetaald ouderschapsverlof. Niet-benutte betaalde weken kunnen eveneens als onbetaald verlof worden opgenomen. Het vervalt op de achtste verjaardag van het kind.
Let op:
Het verlofrecht wordt herrekend bij roosterwijziging. Deze herrekening gebeurt als volgt:
Bereken het totaal recht op ouderschapsverlof, bepaal hoeveel ouderschapsverlof er reeds is gebruikt, bepaal het restant aan ouderschapsverlof en deel dit restant door de contracturen voor wijziging.
Voorbeeld 1
Hierbij een voorbeeld voor een werknemer voor de berekening van onbetaald ouderschapsverlof waarbij het rooster wijzigt van 32 naar 28 uur:
Contracturen bij aanvraag = 32 uur
Totaal recht is 26 weken = 26 weken x 32 uur = 832 uur
Reeds opgenomen 6 weken = 6 weken x 32 uur = 192 uur
Restant verlofrecht = 832 uur - 192 uur = 640 uur
Nieuw recht in weken = 640 uur / 32 uur = 20 weken
Contracturen nieuw = 28 uur
Nieuw verlofrecht (resterend) = 20 weken x 28 uur = 560 uur
Voorbeeld 2
Hierbij een voorbeeld voor een werknemer voor de berekening van onbetaald ouderschapsverlof waarbij het rooster wijzigt van 24 naar 32 uur:
Contracturen bij aanvraag = 24 uur
Totaal recht is 26 weken = 26 weken x 24 uur = 624 uur
Reeds opgenomen 6 weken = 6 weken x 24 uur = 144 uur
Restant verlofrecht = 624 uur - 144 uur = 480 uur
Nieuw recht in weken = 480 uur / 24 uur = 20 weken
Contracturen nieuw = 32 uur
Nieuw verlofrecht (resterend) = 20 weken x 32 uur = 640 uur
Deze herrekening geldt voor het resterende ouderschapsverlof als geheel; de betaalde of onbetaalde kwalificatie hangt vervolgens af van het moment waarop het verlof wordt opgenomen.